Zwakke scholen staan vooral in arme buurten

Geplaatst 9 dec. 2012 03:15 door Redactie SvPO   [ 12 dec. 2012 09:46 bijgewerkt door Sander Bussink ]
Met gegevens van de onderwijsinspectie ontdekte RTL dat kleine scholen vaker zwak scoren dan grote (RTL nieuws, 1-12-2012). Een pleidooi voor verdere schaalvergroting in het onderwijs? 

Sjoerd Slagter van de VO-raad, een organisatie die vooral grote scholen vertegenwoordigt, meent in de uitzending van wel. Op kleine scholen zijn er onvoldoende leerlingen om een kleine gemiddelde klassengrootte te waarborgen, verklaarde hij voor de camera van RTL. Kleine keuzevakken, zoals Frans, hebben daar maar een paar leerlingen in de klas. Dat is financieel alleen haalbaar als er ter compensatie bij verplichte vakken heel veel leerlingen in de klas zitten. Alleen dan kan een gemiddelde van 25 leerlingen in de klas bereikt worden en dat is volgens Slagter een ideaal aantal, gegeven de financiële middelen van scholen. 

Slagter redeneert dat kleine scholen slechter scoren door overvolle klassen bij de verplichte vakken. Dit snijdt echter geen hout. Als het zou kloppen, dan zouden kleine scholen het bij de kleine vakken, zoals Frans, juist veel beter moeten doen. Daar zitten immers maar heel weinig leerlingen in de klas. Van een hogere score op die kleine vakken is echter geen sprake. Hoe zit het dan wel?

Een zwakke school wordt niet van de ene op de andere dag zwak. Het is een proces van jaren, waarin een school in een neerwaartse spiraal terechtkomt. Slechte resultaten leiden tot minder aanmeldingen, er vallen ontslagen en er ontstaat een negatieve sfeer. Het tij is dan moeilijk te keren. Ruim voordat de onderwijsinspectie de school officieel tot ‘zwak’ bestempelt, is de negatieve ontwikkeling al merkbaar, waardoor steeds minder ouders hun kind naar de school sturen. Dat maakt duidelijk dat de RTL-redactie oorzaak en gevolg door elkaar haalt. Een school scoort niet zwak omdat hij klein is. Een school wordt klein omdat hij zwak is. De conclusie moet niet zijn dat scholen groter moeten worden, maar dat de onderwijsinspectie preventief moet reageren op signalen van een negatieve spiraal, zoals een dalend aantal aanmeldingen.

Er is echter meer aan de hand. Het onderwijs in Nederland slaagt er maar niet in om van dubbeltjes kwartjes te maken. Door dit onvermogen zijn kinderen voor goede resultaten op school in hoge mate afhankelijk van het opleidingsniveau van hun ouders. Hoogopgeleide ouders geven hun kinderen een grotere woordenschat mee, kunnen hen helpen bij het maken van huiswerk, etc. De beste voorspeller voor het resultaat op school is daarom niet de kwaliteit van het onderwijs, maar opleidingsniveau en sociale klasse van de ouders. Wie scholen met elkaar vergelijkt, zal deze factoren daarom (helaas) moeten meewegen. De twee scholen die RTL in haar uitzending van afgelopen zaterdag ten voorbeeld gaf, spreken wat dat betreft boekdelen. Aan de ene kant het zwakke Nova College in Amsterdam, aan de andere kant het goed presterende Were Di in Valkenswaard. Inderdaad is laatstgenoemde tweemaal zo groot als eerstgenoemde, maar dat is niet de voor de hand liggende verklaring voor het kwaliteitsverschil. Het Nova College staat namelijk midden in een Vogelaarwijk. Het gemiddelde inkomen in die wijk is volgens cijfers van het CBS liefst 35% lager dan gemiddeld in Valkenswaard. Het gros van de ouders van kinderen op het Nova College is laag opgeleid en velen beheersen het Nederlands slecht. Zij kunnen hun kinderen nauwelijks wegwijs maken in het onderwijs, laat staan helpen bij huiswerk. 

Wat voor het zwakke Nova College geldt, geldt evenzeer voor veel van de 23 zeer zwakke middelbare scholen op de website van de onderwijsinspectie. Terwijl er slechts 17% van die scholen in rijkere buurten gevestigd zijn, staan er liefst 60% in buurten met een lager dan gemiddeld inkomen en een lager dan gemiddeld opleidingsniveau. Een treurig gegeven. Juist onderwijs moet kinderen daar toch kansen geven?

De vraag is trouwens of het grote Were Di eigenlijk wel zo´n goede school is. De gemiddelde eindexamencijfers zijn prima en er blijven weinig leerlingen zitten, dat is een feit. De school scoort echter slechter dan andere scholen waar het gaat om het ontwikkelen van leerlingen. Het zogeheten ‘rendement onderbouw’ geeft aan of een middelbare school leerlingen op of boven hun basisschool advies weet uit te tillen. Het Were Di heeft een nogal matig rendement. De onderwijsinspectie geeft de school een 2 op een schaal van 1 t/m 5. Met zo’n score maak je van dubbeltjes geen kwartjes. Leerlingen worden kennelijk laag ingeschaald. Dat zou bijvoorbeeld betekenen dat wie nét Havo zou kunnen doen, toch naar het Vmbo wordt verwezen. Dat heeft een positief effect op de gemiddelde eindexamencijfers, maar het hoeft niet gunstig te zijn voor de kansen van kinderen.

Natuurlijk is een kleine school niet automatisch een goede school. Een kleinschalige school biedt echter wel de mogelijkheid om de ‘overhead’ tot een minimum te beperken. Niet elke school weet die kans te pakken, omdat het een formidabele omslag in cultuur vereist. Van regelgeleid naar doelgericht. Het onderwijs staat bol van de regels en protocollen, die de organisatie van de school ingewikkeld en kostbaar maken. Het vergt veel formeel overleg en veel management. Op een kleinschalige school is er echter meer ruimte voor het nemen van eigen verantwoordelijkheid, zijn er minder procedures nodig en vindt veel overleg op informele wijze plaats. Dat vergt minder management en zorgt ervoor dat docenten meer tijd voor onderwijs overhouden. 

Comments