Vacatures‎ > ‎

Menselijke maat in onderwijs, gewoon volgens CAO

Brief van 12 april 2013 aan Walter Dresscher, voorzitter vakbond AOB.

Geachte heer Dresscher, 

Bij de opening van de Isaac Beeckman Academie, een school voor persoonlijk onderwijs, sprak u namens vakbond AOB mooie woorden. U was zeer enthousiast over het initiatief: 

Je kunt het onderwijs wél slimmer organiseren: In plaats van een school met meer assistenten dan leraren, zie ik meer in het initiatief van de Isaac Beeckman Academie. Een nieuwe kleinschalige school voor voortgezet onderwijs. Weinig overhead, maximaal 500 leerlingen, kleine klassen van zestien leerlingen, de volle aandacht voor het lesgeven. Daar gaat het om de interactie. Dat is een voorbeeld waar ik wél in geloof. Waardoor we met hetzelfde geld méér kunnen bereiken. Dat is geen slimmer werken, maar slimmer worden.

Afgelopen week riep één van uw consulenten echter op de website van de AOB ineens dat de nieuwe school ‘de CAO aan de laars lapt’. Dat is zeker niet het geval en de AOB zal die uitroep dan ook moeten terugnemen.

De school draait inmiddels, en hoe. Dag in dag uit bewijzen docenten op de Isaac Beeckman Academie (IBA) wat goed onderwijs vermag. Met geringe overhead en door het docentschap centraal te stellen, realiseert de school maximale aandacht voor leerlingen. De resultaten zijn soms ongelofelijk. Meer dan de helft van de Vmbo-t´ers is na twee jaar doorgestroomd naar Havo. Leerlingen die op de basisschool een rugzak nodig hadden, functioneren in kleine en overzichtelijke klassen gewoon zonder. Niet alleen de kleine klassen, vooral ook de rust en regelmaat spelen een belangrijke rol. Het rooster staat vast en er zitten geen gaten in. Of je nu een standaard leerling bent of hoogbegaafd, asperger of hyper sociaal, op deze school zit je goed.

We organiseren de school inderdaad slimmer en besparen enorm op overhead. Bij het woord ‘overhead’ denkt u wellicht vooral aan de laag van managers, administrateurs, coördinatoren en roosteraars die op veel scholen aanwezig is. We kunnen wel zonder, daarover zijn wij het denk ik eens. De IBA heeft dan ook een onbezoldigd bestuur en verder een schoolleider en een conciërge. Als je een school slim organiseert en bouwt op bekwame en bevoegde docenten, heb je niet meer nodig. 

‘Overhead’ staat echter ook voor alle extra werk van docenten. Denk aan de vele vergaderingen, stapels nakijkwerk, administratieve lasten en allerhande bijeenkomsten in de avonduren. Juist ook dat weten wij flink te beperken. Aan bijeenkomsten in de avond doen we niet. Docenten hebben bovendien niet alleen slechts 16 leerlingen per klas, ze hebben meestal ook maar 5 klassen. Er gaat daardoor minder tijd zitten in de extra taken. Gemiddeld hoeft een docent per week niet meer dan één uur te vergaderen en het fenomeen van de vergaderdagen kennen we niet. Na de zomervakantie beginnen we gewoon meteen met onderwijs. Geen boekophaal dagen, terwijl docenten vergaderen. Door meteen te beginnen, beperken we ook een bron van stress in de loop van het jaar: het niet kunnen behandelen van alle beoogde lesstof. Daar komt bij dat gemiddeld per vak twintig procent meer onderwijstijd beschikbaar is. Bovendien gaan we gewoon door met onderwijs tot aan de zomervakantie, al zijn de laatste paar dagen van het schooljaar wel facultatief voor leerlingen die nog wat moeten bijwerken. Met de helft of nog minder van het toch al kleine aantal leerlingen hebben docenten op die laatste dagen dan de gelegenheid om zaken af te sluiten. 

Bijzonder is verder dat wij de medezeggenschap via directe democratie organiseren. Doel: door alle ouders en docenten in de MR te plaatsen, ontstaat maximale betrokkenheid. Daar komt bij dat een MR door een bestuur vaak makkelijk terzijde geschoven kan worden. De MR heeft vaak slechts adviesrecht en over de mate waarin de leden representatief zijn voor hun geledingen kan gesteggeld worden. Als echter driekwart van de ouders of docenten een standpunt innemen, kan een bestuur dat niet negeren. Zo borgen we dat de school werkt voor zijn ´steakholders´: ouders, leerlingen en docenten. Voordeel van deze opzet van de MR is ook dat het de overhead verder beperkt.

Weinig overhead betekent wel dat de school moet kunnen bouwen op zijn docenten. Dat moeten dan wel ervaren en bevoegde mensen zijn. Om die te werven, bieden we een prettige sociale omgeving waar je leerlingen goed kent. We beperken zoveel mogelijk de echte werkdruk. We bieden na een jaar gewoon een vast contract (mits je bevoegd bent) en we hanteren een zeer nette verdeling van salarisschalen (LB/LC/LD). 

Dat is mooi, zoals consulent Jan Menger laatst opmerkte op de website van de AOB. Is de school dan al helemaal af? Zeker niet. Soms lopen we tegen dingen aan die we niet voorzien hadden of die in de opzet beter moeten. Daar bouwen we dan hard aan, en maken de school elke dag beter. Ofschoon er dus nog van alles beter kan, heeft de school op het gebied van arbeidsvoorwaarden in drie jaar wel al vaak meer bereikt dan de AOB in dertig jaar. We slaan daar de CAO maar op na: 250 pagina’s gestold wantrouwen tussen bonden en werkgevers.

Docenten zitten al jaren op de nullijn en er komt niet veel meer voor elkaar dan een paar tientjes extra of een bindingstoelage, in plaats van gewoon een salarisschaal erbij. Wat te denken van de ´deal´ over de hoogste LD-schaal voor eerstegraads docenten? Die krijgen ze alleen als ze structureel meer dan 50% in de bovenbouw les geven. Gerede kans dat op veel scholen de eerstegraders ineens op 49% les in de bovenbouw uitkomen.

Wat in de CAO staat over beperking van de werkdruk is ook uiterst mager. Het enige dat echt verschil maakt, is beperking van het aantal leerlingen in de klas. Dat beperkt het nakijkwerk, vermindert het aantal oudergesprekken, minimaliseert de vergadertijd en verlaagt de administratieve last. Bovenal geeft het als docent de voldoening om leerlingen de tijd en aandacht geven die ze verdienen. In de CAO staat slechts een regeling die het aantal lesuren per docent beperkt. Waarom niet serieus gekeken naar hoe het lesgeven zelf weer aantrekkelijk gemaakt wordt? Dat is het primaire proces! Als het over werkdruk gaat, klagen docenten vooral over vergaderdagen en administratieve lasten. Over de beperking dáárvan staat echter niets in de CAO. 

Tegenover de magere bepalingen in de CAO, laat de IBA zien dat het anders kan. Met een organisatie die zowel de veelheid aan extra taken van docenten als het aantal managers beperkt. Dat er teveel overhead in het onderwijs zit, wordt trouwens prachtig geïllustreerd door een fenomeen dat in geen enkele andere bedrijfstak meer voorkomt: de colporteur. Wij maken geregeld mee dat een verkoper de school binnenwandelt en dan vraagt naar de directeur of naar iemand die de inkoop doet. In andere bedrijfstakken is dat zinloos. Mensen zijn aan het werk, hebben afspraken en een volle agenda. In het onderwijs zitten blijkbaar managers voor wie dat niet geldt, anders zouden die verkopers niet op de bonnefooi bij scholen aanbellen. Niet alleen verkopers van stoelen, boeken, etc. doen dit. Ook uw vakbondsconsulenten komen onaangekondigd langs en zijn dan zelfs geïrriteerd als ze niemand te spreken kunnen krijgen. Zo ook uw man in Zeeland, Jan Menger. 

Hij schoot daarop uit zijn slof en verklaarde 9 april 2013 op uw website dat de Isaac Beeckman Academie ‘de CAO aan de laars lapt.’ Je moet maar durven. Er is geen enkele aanwijzing dat dit het geval is, maar kennelijk zijn dit de omgangsvormen. Als je niet direct iemand te spreken krijgt, ga je provoceren op Internet. Als u de IBA echter beschuldigt van het niet naleven van de CAO, dan dient u daar bewijzen voor aan te dragen. U kunt niet als een cowboy in het wilde weg gaan schieten. Welke aanwijzingen meent u te hebben? Enkele medewerkers zouden niet tijdig hun trede-verhoging hebben gekregen, maar dat is allang ruimschoots recht getrokken met een dubbele trede-verhoging. Welke bepalingen uit de CAO worden er dan ‘aan de laars gelapt’? Jan Menger stelt op uw website dat de medezeggenschapsraad niet correct functioneert, dat het taakbeleid niet via de personeelsgeleding van deze raad tot stand is gekomen en dat er teveel lesweken zijn.

De medezeggenschapsraad werkt gewoon volgens de wettelijke bepalingen. Dat het idee van directe democratie anders is dan wat de AOB gewend is, maakt het niet slechter. Het taakbeleid is wel degelijk via de personeelsgeleding tot stand gekomen en wel helemaal bij het begin van de school. Een taakbeleid is immers bij aanvang al verplicht. Op dat moment was de medezeggenschapsraad zelfs nog traditioneel georganiseerd. Pas later zijn we overgestapt op de opzet via directe democratie. Tenslotte staat er in de CAO niets over aantallen lesweken, maar over het totaal aantal klokuren per jaar en hoeveel daarvan aan lestijd besteed wordt. Het aantal weken onderwijs is bij ons alleen groter in de zin dat we geen vergaderweken hebben en na de zomervakantie gewoon direct aan de slag gaan. Dat is nu juist de winst van het minimaliseren van de overhead. Zoals u zelf zei: “de volle aandacht voor het lesgeven.” Wij houden ons daarbij gewoon aan de bepalingen van de CAO.

Voor veel docenten biedt de IBA een prettig alternatief voor de gangbare praktijk in het onderwijs. De AOB zou dat als belangenbehartiger serieus mogen nemen. Uw mooie woorden sterkten ons ten zeerste. Ik hoop dat u er nog steeds achter staat.

Met vriendelijke groet,


Isaac Beeckman Academie
Misha van Denderen
Voorzitter